waardoor was in 1973 de benzine in nederland op de bon
In 1973 kwam benzine in Nederland “op de bon” door de internationale oliecrisis, veroorzaakt door een olieboycot en productieverlaging van Arabische olieproducerende landen na het uitbreken van de Jom Kipoeroorlog in het Midden-Oosten.
Achtergrond: oliecrisis van 1973
- In oktober 1973 begonnen Arabische olieproducerende landen (georganiseerd in OAPEC/OPEC) hun olieproductie te verlagen en een embargo op te leggen aan westerse landen die Israël steunden in de Jom Kipoeroorlog.
- De olieprijzen stegen scherp, voorraden slonken, en er ontstond wereldwijd schaarste aan olieproducten zoals benzine.
Specifiek voor Nederland
- Nederland werd expliciet door Arabische landen geviseerd omdat het kabinet-Den Uyl Israël openlijk en duidelijk steunde, wat leidde tot een sterk verminderde olie-aanvoer.
- Om de beperkte voorraden te verdelen en verbruik te beperken, besloot de regering tot benzinedistributie: benzine “op de bon”. Dit ging gepaard met maatregelen zoals autoloze zondagen.
Waarom echt “op de bon”?
- De kernreden was dus niet een technisch of productiestoring in Nederland zelf, maar een politieke olieboycot en productiebeperkingen in de Arabische olieproducerende landen.
- De regering gebruikte rantsoenering (bonnen) om de schaarse brandstof eerlijker te verdelen en paniek- en hamstergedrag enigszins in te dammen, al pakte dat in de praktijk deels chaotisch uit.
TL;DR: Benzine was in 1973 in Nederland op de bon vanwege de oliecrisis: een Arabische olieboycot en productievermindering na de Jom Kipoeroorlog, waardoor Nederland als pro-Israëlisch land hard werd geraakt.
Informatie afkomstig uit publiek toegankelijke historische bronnen en nieuwsarchieven.