waarom smelt sneeuw door zout
Sneeuw smelt door zout omdat zout het vriespunt van water verlaagt, waardoor ijs en sneeuw al vloeibaar worden bij temperaturen onder 0 graden Celsius.
Simpele uitleg
Normaal bevriest water bij 0 °C en wordt het ijs of sneeuw.
Als je zout strooit, mengt het zich met het laagje water dat altijd heel dun op het sneeuw- of ijsoppervlak aanwezig is.
Daardoor ontstaat pekel (zout water) en dat mengsel bevriest pas bij een lagere temperatuur dan 0 °C.
Wat gebeurt er precies?
- Zout verstoort de nette kristalstructuur van ijs, waardoor de overgang naar vaste vorm moeilijker wordt.
- Het mengsel van water en zout (pekel) heeft een lager vriespunt dan zuiver water, dit heet vriespuntverlaging.
- Zolang de temperatuur niet kouder is dan dat nieuwe, lagere vriespunt, blijft het mengsel vloeibaar en “vreet” het als het ware de sneeuw/het ijs weg.
Waarom gebruiken we dit op de weg?
- Op wegen en stoepen zorgt strooizout dat sneeuw en ijs sneller smelten, zodat het minder glad is.
- Hoe dikker de sneeuwlaag, hoe meer zout nodig is om genoeg pekel te vormen om alles te laten smelten.
- In heel strenge kou werkt gewoon natriumchloride minder goed en worden soms andere zouten zoals calciumchloride gebruikt, die tot lagere temperaturen effectief zijn.
En waarom niet gewoon suiker?
- Suiker kan óók het vriespunt verlagen, maar niet zo sterk en niet zo praktisch als keukenzout of strooizout.
- Zout (natriumchloride) is goedkoop, krachtig en speciaal in grote, ruwe korrels verkrijgbaar als strooizout, waardoor het goed over de weg te verdelen is.
Kort gezegd: zout zorgt ervoor dat sneeuw en ijs al smelten bij temperaturen waarbij ze normaal nog hard bevroren zouden zijn, doordat het het vriespunt van water omlaag duwt.
TL;DR: “Waarom smelt sneeuw door zout?” → omdat zout het vriespunt van water verlaagt en er pekel ontstaat, die minder snel bevriest dan gewoon water.