Een curlingwedstrijd gaat om het schuiven van zware stenen over ijs naar een cirkelvormig doel, waarbij het team met de stenen het dichtst bij het midden punten scoort.

Basis: wat is curling?

  • Twee teams van vier spelers nemen het tegen elkaar op op een ijsbaan van ongeveer 42 meter lang.
  • Elk team heeft acht granieten stenen (ongeveer 19 kilo per steen) met een eigen kleur.
  • Het doel is om je stenen zo dicht mogelijk bij het midden van het doelgebied (het “huis”) te laten eindigen.

Het huis bestaat uit gekleurde cirkels; alleen de afstand tot het middelste punt (de “dolly”) telt voor de score, de kleuren zelf hebben geen betekenis.

Hoe een end werkt

Een wedstrijd is opgedeeld in speelrondes, “ends” genoemd.

  • In elk end speelt elk team zijn acht stenen, om en om met de tegenstander.
  • Elke speler speelt twee stenen per end.
  • OfficiĂ«le wedstrijden hebben meestal 10 ends; recreatief vaak 8.

Aan het einde van een end:

  • Je telt hoeveel stenen van één team dichter bij de dolly liggen dan de dichtstbijzijnde steen van de tegenstander.
  • Voor elke van die stenen krijgt dat team één punt.
  • Alleen stenen die het huis raken, kunnen scoren.

Gooien, curlen en vegen

De speler vertrekt vanuit de “hack”, een rubber afzetblok in het ijs.

  1. De speler zet zich af uit de hack en glijdt naar voren terwijl hij de steen vasthoudt.
  1. Vlak voor het loslaten geeft hij de steen een lichte draai (met de klok mee of tegen de klok in).
  1. Door die draai volgt de steen een licht gebogen baan: dat heet de “curl”.

Het vegen gebeurt door twee teamgenoten met speciale bezems vlak vóór de steen:

  • Door snel te vegen ontstaat wrijving, wordt de bovenlaag van het ijs een fractie warmer en glijdt de steen iets verder en rechter.
  • Minder of niet vegen laat de steen sneller afremmen en meer “curven”.

Zo kunnen spelers tijdens het glijden nog de afstand en de lijn subtiel bijsturen.

Posities en tactiek

Een curlingteam heeft meestal vier rollen:

  • Lead : speelt de eerste twee stenen van elk end; vaak guards en basisopstellingen.
  • Second : speelt vaak aanvallende en verdedigende “take-outs”.
  • Third (vice-skip) : helpt met strategie en speelt de derde set stenen.
  • Skip : de aanvoerder, bepaalt de tactiek en gooit vaak de laatste, beslissende stenen.

Belangrijke soorten worpen:

  • Guard: steen kort voor het huis om een scorende steen af te schermen.
  • Draw: een steen zacht in (of net in) het huis leggen om punten te maken.
  • Take-out: een steen hard spelen om een tegenstander uit het huis te slaan.

De skip staat bij het huis, geeft met de bezem het mikpunt aan en roept instructies (“vegen!”, “stop!”) naar de vegen­de spelers.

Scoren, “hammer” en strategie

  • Het team dat in een end als laatste mag spelen, heeft de “hammer” en daarmee een tactisch voordeel.
  • Vaak probeert het team met hammer meerdere punten te scoren, terwijl het andere team de schade wil beperken of “stelen” (scoren zonder hammer).
  • Na elk end wisselt de hammer: wie scoorde, geeft de hammer weg; wie niet scoorde, krijgt hem.

Als de stand na 10 ends gelijk is, wordt er een extra end gespeeld tot er een winnaar is; gelijkspel bestaat niet.

Curling in deze tijd

Curling is al jaren een officiële olympische wintersport en is vooral tijdens de Winterspelen weer volop op tv en online te zien. In Nederland zie je steeds vaker clinics en recreatieve toernooitjes, bijvoorbeeld bij speciale curlingbanen of ijsbanen die in de winter een curlinguitje aanbieden.

Kort gezegd: curling werkt als een mix van precisiesport en schaak op ijs; je schuift zware stenen richting een doel, maar wint door slimme plaatsing, strategie en goed teamwork.

TL;DR: Bij curling schuiven twee teams zware granieten stenen over ijs naar een cirkel (“huis”), vegen beïnvloedt snelheid en richting, en per end scoor je punten voor elke eigen steen die dichter bij het midden ligt dan de beste steen van de tegenstander.

Information gathered from public forums or data available on the internet and portrayed here.