uit welke taal komt tabee

Het woord “tabee” (ook geschreven als “tabee!”, vaak in oude Nederlandse teksten) komt oorspronkelijk uit het Maleis en is via het koloniale verleden in het Nederlands terechtgekomen als uitroep bij een afscheid.
Herkomst van “tabee”
- In het Maleis (en verwante Indonesische talen) bestond een begroetings- en afscheidsvorm die in het Nederlands werd overgenomen en fonetisch werd geschreven als “tabee”.
- In de 19e en vroege 20e eeuw werd “tabee” in Nederland vooral gebruikt in een enigszins luchtige of volkse context, vaak met de betekenis “dag dan maar, tot ziens”.
Betekenis in het Nederlands
- In modern Nederlands geldt “tabee” als verouderd en soms wat spottend: het kan klinken als “nou, dag hoor” of “dág ermee”.
- In woordenlijsten wordt het meestal omschreven als een informele tussenwerpsel bij afscheid: “dag, tot ziens, vaarwel”.
Gebruik nu
- Tegenwoordig hoor je “tabee” vooral nog ironisch of in historische/nostalgische context, bijvoorbeeld in boeken, oude liedjes of als iemand bewust ouderwets wil klinken.
- In alledaagse taal is het grotendeels vervangen door woorden als “doei”, “dag” en “houdoe” (regionaal).
Kort: “tabee” komt uit het Maleis, werd in het Nederlands een (nu verouderde) afscheidsgroet met de betekenis “dag, vaarwel”.