Het gif van een schorpioen zit in het uiteinde van zijn staart , in speciale gifklieren in de zogenaamde gifblaas (telson) en wordt via de stekel ingespoten.

Waar precies zit het gif?

  • Aan het einde van het achterlijf (de “staart”) zit een verdikt segment met een gifklier en daarachter een scherpe stekel.
  • In deze gifklier wordt het gif aangemaakt en opgeslagen totdat de schorpioen steekt.
  • Via een opening in de punt van de stekel kan het gif door samentrekking van spieren in de prooi of aanvaller worden geïnjecteerd.

Hoe gebruikt de schorpioen zijn gif?

  • De schorpioen kromt zijn staart over het lichaam en steekt met de stekel in de prooi of in iets dat hij als bedreiging ziet.
  • Hij kan zelf regelen hoeveel gif hij inspuit; vaak gaat het om een heel kleine hoeveelheid per steek.
  • Sommige soorten kunnen het gif zelfs over een kleine afstand “spuiten”, bijvoorbeeld richting de ogen van een vijand.

Wat doet het gif?

  • Het gif bestaat vooral uit neurotoxines die inwerken op het zenuwstelsel van prooi of slachtoffer.
  • Deze stoffen verstoren de signaaloverdracht tussen zenuwen en spieren, waardoor verlamming of hevige pijn kan ontstaan.
  • De precieze samenstelling verschilt per soort; bij de meeste soorten is het voor mensen vooral pijnlijk, slechts een kleiner aantal is levensgevaarlijk.

TL;DR: Het venijn zit letterlijk in de staart : in de gifklier en stekel aan het uiteinde van het achterlijf.

Informatie afkomstig uit publieke bronnen op internet.