waarom is pasen altijd op een andere datum

Pasen valt elk jaar op een andere datum omdat de datum gekoppeld is aan de maanstand én het begin van de lente, niet aan een vaste kalenderdag zoals Kerstmis.
In het kort: de “formule” voor Pasen
De westerse kerken (zoals de rooms-katholieke en de meeste protestantse kerken) hanteren deze kerkelijke afspraak:
- Neem de lente-equinox (kerkelijk vastgezet op 21 maart).
- Zoek de eerste volle maan ná 21 maart.
- Pasen is dan de eerste zondag na die volle maan.
Omdat zowel de datum van de volle maan als de dag van de week elk jaar verschuiven, schuift Pasen mee tussen ongeveer 22 maart en 25 april.
Waarom dan zo ingewikkeld?
Historisch wilde men Pasen laten aansluiten bij het Joodse Pesach , dat ook aan een maankalender is gekoppeld. De opstanding van Jezus wordt in de Bijbel namelijk beschreven als kort na Pesach. Om die band met lente en volle maan te bewaren, koos de vroege kerk voor een berekening met zon (lente- equinox) én maan (volle maan). Daar komt nog bij dat niet alle kerken dezelfde kalender gebruiken:
- De meeste westerse kerken rekenen met de Gregorische kalender.
- Veel oosters-orthodoxe kerken gebruiken voor Pasen nog de Juliaanse kalender , die achterloopt.
Daardoor valt orthodox Pasen vaak op een andere zondag dan “ons” Pasen, soms wel weken later.
Mini-voorbeeld
Stel:
- De lente-equinox (kerkelijk) is 21 maart.
- De eerste volle maan daarna is op 24 maart.
- Valt 24 maart op een woensdag, dan wordt Pasen de eerste zondag erna: 28 maart.
Verschuift de volle maan het jaar daarop naar bijvoorbeeld 18 april, dan schuift Pasen mee naar de eerste zondag na die datum, dus veel later in het voorjaar.
Kort samengevat
Pasen valt niet op een vaste kalenderdatum, maar op een hemelse “combinatie”: lente + volle maan + zondag. Daardoor verschuift de datum elk jaar binnen de lenteperiode.