Je kerstboom “hoort” er op 6 januari uit te gaan omdat die datum traditioneel het einde van de kerstperiode markeert: Driekoningen.

Korte uitleg

  • In de christelijke traditie eindigt het kerstverhaal met het bezoek van de drie wijzen aan Jezus; dat feest is op 6 januari (Driekoningen).
  • Daarom gold (en geldt) vaak de ongeschreven regel: kerstboom erin na Sinterklaas, eruit met Driekoningen.
  • In veel landen werd zelfs gezegd dat de boom laten staan ná 6 januari ongeluk zou brengen, al nemen de meeste mensen dat nu meer met een korrel zout.

Historische en religieuze achtergrond

  • De kerstperiode liep vroeger van kerstavond tot en met de “twaalf dagen van Kerst”, die uitkomen op 6 januari. Dan was dus logischerwijs ook het moment dat de kerstversiering en kerstboom weer verdwenen.
  • Driekoningen sluit symbolisch het kerstverhaal af: na de geboorte (Kerstmis) volgt het bezoek van de wijzen, en daarna begint liturgisch ‘de gewone tijd’ weer.

Culturele gewoonte nu

  • In Nederland en België wordt vaak gezegd dat de kerstboom uiterlijk met Driekoningen weg moet zijn; het is een gebruik, geen harde regel.
  • Tegelijk halen veel mensen hun boom al rond de jaarwisseling weg (of juist pas half januari), bijvoorbeeld omdat de boom uitdroogt of omdat de gemeente dan een inzamelmoment heeft.

Bijgeloof rond 6 januari

  • Vroeger was het “not done” om de boom ná Driekoningen nog te laten staan: men vreesde ongeluk of “onheil” in huis als de versiering te lang bleef.
  • Tegenwoordig zien de meesten het meer als traditie of gezelligheidsgrens: tot 6 januari feestelijk, daarna weer “normale” januari-modus.

Praktische redenen

  • Een echte boom begint vaak na een paar weken flink te naalden, en rond begin januari is hij meestal wel op.
  • Gemeenten plannen inzameling en verbranding of versnipperen van bomen vaak in de eerste of tweede week van januari, waardoor 6 januari ook praktisch een logisch ijkpunt blijft.

TL;DR: de kerstboom gaat weg op 6 januari omdat dat van oudsher het officiële einde van de kersttijd is (Driekoningen), met daarbij een vleugje bijgeloof en veel praktische gewoonte.