In Nederland wordt iemand als arm gezien als een huishouden na het betalen van vaste lasten (wonen, energie en basiszorg) te weinig overhoudt voor andere basisbehoeften, en daarmee onder de officiële armoedegrens valt.

Officiële armoedegrens (CBS)

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt een armoedegrens op basis van zogeheten referentiebudgetten: dat is het minimale bedrag dat nodig is voor een bescheiden maar toereikend bestaan. Die grens hangt af van je huishoudtype (alleenstaand, gezin, aantal en leeftijd van kinderen) en kijkt naar wat er overblijft nadat huur, energie en basiszorg zijn betaald.

  • In 2023 lag de armoedegrens voor een alleenstaande rond 1.510 euro netto per maand.
  • Voor een gezin met twee kinderen tot 13 jaar lag de grens rond 2.535 euro per maand.
  • Voor een eenoudergezin met twee pubers is door CBS/SCP/Nibud een grens van ongeveer 2.500 euro per maand genoemd.

Inkomen én vermogen tellen mee

Je bent officieel arm als je langdurig onder die armoedegrens zit én geen of nauwelijks financiële buffer hebt. Heeft een huishouden juist voldoende spaargeld (een buffer van minimaal ongeveer één jaargrens aan armoedebudget), dan wordt het niet als arm meegeteld, ook als het inkomen tijdelijk onder de grens ligt.

  • Voor een alleenstaande gold in 2023 dat een spaargeldbuffer rond 18.145 euro genoeg was om niet als arm te worden gezien, ondanks een laag inkomen.
  • Voor een stel met twee jonge kinderen lag die buffer rond 30.405 euro.

“Bijna arm” en directe armoederisico’s

Naast de groep die onder de armoedegrens valt, is er een grote groep die er net boven zit en toch financieel kwetsbaar is. Huishoudens met een inkomen tot ongeveer 25 procent boven de armoedegrens, zónder voldoende buffer, worden vaak gezien als “bijna arm” of als groep met een direct risico op armoede.

  • In 2023 ging het om ongeveer 1,2 miljoen mensen met een inkomen tot 25 procent boven de armoedegrens en onvoldoende buffer.
  • Meer dan de helft zat zelfs binnen 15 procent boven die grens, wat betekent dat ze bij een tegenslag snel in echte armoede kunnen belanden.

Praktisch: wanneer “voelt” het als arm?

Formeel gaat het dus om criteria van CBS, SCP en Nibud, maar in de praktijk ervaren mensen armoede wanneer er structureel geen geld is voor zaken als gezond eten, kleding, deelname aan sport of sociale activiteiten. Organisaties die met armoede werken omschrijven het als een situatie waarin je na vaste lasten zo weinig overhoudt dat je continu moet kiezen welke basisbehoefte je níet kunt betalen.

Kort gezegd: je bent in Nederland officieel arm als je (1) onder de door CBS vastgestelde armoedegrens zit en (2) geen voldoende financiële buffer hebt om tegenvallers op te vangen.

TL;DR: In 2023 was je als alleenstaande “arm” bij ongeveer minder dan 1.510 euro netto per maand zonder serieuze buffer; voor een gemiddeld gezin lagen die grenzen rond de 2.500–2.900 euro, afhankelijk van de kinderen.