hoe werkt shorttrack

Shorttrack is supersnel schaatsen op een korte ijsbaan waarbij meerdere rijders tegelijk starten en wie als eerste over de streep komt, wint.
Basis: wat is shorttrack?
- Shorttrack is een vorm van hardrijden op de schaats op een kleine, ovale baan van 111,12 meter per ronde, aangelegd op een ijshockey- of kunstrijbaan van 30 bij 60 meter.
- Per rit staan meestal 4 tot 6 rijders tegelijk in dezelfde baan; iedereen rijdt dus letterlijk tegen elkaar, niet tegen de klok.
- Het draait om behendigheid, tactiek , acceleratie en durf, omdat schaatsers heel dicht op elkaar rijden en scherpe bochten nemen.
Afstanden en onderdelen
- Individuele afstanden: 500 meter (ongeveer 4,5 rondes), 1000 meter (9 rondes) en 1500 meter (13,5 rondes).
- In internationale toernooien rijden zowel mannen als vrouwen deze individuele afstanden.
- Relays (aflossingen):
- Vrouwen: 3000 meter relay.
* Mannen: 5000 meter relay.
* Mixed relay: 2000 meter met gemengde teams (mannen en vrouwen).
In een relay-team staan vier rijders aan de start, maar er is steeds maar één rijder actief op het ijs voor dat team.
Hoe werkt een race?
- Alle rijders starten tegelijk vanuit een lijn; na het startsignaal sprint iedereen naar de eerste bocht.
- De klassering in de rit bepaalt wie doorgaat: het gaat dus om positie, niet om de snelste tijd over alle ritten samen.
- De schaatsers mogen inhalen binnendoor en buitenom; dat levert de spectaculaire acties op waar shorttrack om bekendstaat.
- In de bochten raken schaatsers vaak met één hand het ijs om balans te houden door de hoge snelheid en de scherpe bocht.
Bochten en materiaal
- De bochten zijn gemarkeerd met zeven rubberen blokjes; daardoor ligt de lijn van de baan vast.
- Schaatsen hebben speciale, licht gebogen ijzers zodat rijders makkelijker door de krappe bochten kunnen sturen.
- Rijders dragen helmen, beschermende pakken en snijbestendige bescherming omdat er veel valpartijen en contactmomenten zijn.
Toernooi-opzet en puntentelling
Shorttrack lijkt qua opzet een beetje op een “mini Champions League”.
- De wedstrijd op één afstand bestaat uit:
- Voorrondes (heats).
- Kwartfinales.
- Halve finales.
- Finale (en soms kleine finale/B-finale).
- In elke ronde zijn er meerdere ritten, met per rit meerdere schaatsers tegelijk op het ijs.
- Meestal gaan de eerste twee of drie van een rit door naar de volgende ronde; soms aangevuld met een paar snelste derden.
- Word je bijvoorbeeld vierde in jouw rit, dan lig je eruit, ook al ben je sneller dan de winnaar van een andere rit; ritten worden niet onderling vergeleken.
Er bestaan twee systemen die je soms tegenkomt:
- Knock-outsysteem: alleen de beste rijders in een rit gaan door; dat gebruik je bij wereldbekers en kampioenschappen.
- All-final-systeem: iedereen rijdt uiteindelijk een finale op zijn eigen niveau, omdat je steeds in groepen wordt ingedeeld op basis van je klassering.
Relays: aflossen met een “duw”
In de aflossingswedstrijd gaat het tempo nog hoger en komt er teamtactiek bij kijken.
- Elk team heeft meestal vier rijders; één rijdt, de anderen staan buiten de wedstrijdbaan klaar.
- Ongeveer elke 1 à 2 rondes wisselt het team van rijder: een nieuwe rijder komt naast de actieve schaatser, krijgt een stevige slingshot-duw en neemt de snelheid over.
- De laatste rijder schaatst de laatste rondes uit; bij de laatste ronde klinkt de bel als signaal.
- Als iemand valt, moet de teamgenoot vaak eerst de gevallen rijder aantikken voordat hij de race verder mag voortzetten; zo blijft het team in de wedstrijd.
Regels, fouten en tactiek
Omdat iedereen dicht bij elkaar rijdt, zijn regels en tactiek cruciaal.
- Typische overtredingen zijn: blokkeren van de lijn van een ander, duwen, “snijden” (onveilig binnendoor), of opzettelijk iemand uit balans brengen; dat kan tot straf of diskwalificatie leiden.
- Vallen of botsingen horen er helaas bij; soms verliest een favoriet door een valpartij, zelfs al was hij of zij de snelste op het ijs.
- Tactiek draait om:
- Op kop rijden om het tempo te controleren en anderen te blokkeren.
- In het peloton blijven om energie te sparen en op het juiste moment aan te vallen.
- Kiezen tussen een aanval buitenom (veel snelheid en ruimte nodig) of binnendoor (kortste lijn, maar kleiner gaatje en groter risico).
Een typisch scenario: een rijder blijft in de luwte op plek twee of drie, spaart energie en komt in de laatste bocht met een explosieve versnelling binnendoor of buitenom nog naar de winst.
Waarom is shorttrack zo populair?
- Het is snel, onvoorspelbaar en vol actie: in één ronde kan de hele uitslag veranderen door een val of gewaagde inhaalactie.
- Voor toeschouwers voelt het bijna als motorsport op het ijs, met korte races en veel rondes achter elkaar tijdens een wedstrijddag.
- Dankzij recente Olympische Spelen en succes van Nederlandse shorttrackers is de sport de laatste jaren sterk in de spotlight gekomen.
Information gathered from public forums or data available on the internet and portrayed here.