Tweede kerstdag (26 december) bestaat vooral doordat de christelijke kerstperiode vroeger uit meerdere feestdagen bestond, waarbij 26 december gewijd was aan de heilige Stefanus en het uitlopen van de kerstviering. In landen als Nederland is die extra dag als officiële vrije dag blijven bestaan, terwijl veel andere landen de kerstviering hebben ingekort tot alleen 25 december.

Oorsprong in de kersttijd

  • In de vroege kerk ontstond een kersttijd van twaalf dagen, van 25 december tot 6 januari.
  • 25 december werd de dag van de geboorte van Jezus; 6 januari werd Driekoningen, over de bezoekende wijzen in Bethlehem.

Waarom specifiek een “2e kerstdag”?

  • Binnen die kersttijd kregen meerdere dagen een eigen betekenis; 26 december werd de dag van Sint Stefanus, de eerste christelijke martelaar.
  • In kerkelijke termen heet 26 december de “tweede dag onder het octaaf van Kerstmis”; in de burgerlijke kalender werd dat simpelweg Tweede Kerstdag.

Van kerktraditie naar vrije dag

  • Tijdens middeleeuwse kerkvergaderingen werd bepaald dat er meerdere kerstdagen waren waarop niet gewerkt mocht worden, wat bijdroeg aan het karakter als rust- en feestdag.
  • In Nederland en een reeks andere (vroeger overwegend katholieke) Europese landen bleef 26 december als officiële feestdag en vrije dag in de kalender staan.

Waarom hier wel, elders niet?

  • De traditie sluit aan bij oudere Germaanse midwinterfeesten (Joelfeest), waarin men meerdere dagen vierde dat de donkerste tijd van de winter voorbij was.
  • Buiten Europa, waar die Germaanse en katholieke tradities minder sterk waren, is kerst meestal beperkt tot één dag en kent men geen officiële Tweede Kerstdag.

Hoe we Tweede Kerstdag nu vieren

  • In Nederland is het nu vooral een extra familiedag: nog een kerstdiner, uitstapjes of simpelweg uitrusten op de bank.
  • De religieuze betekenis (Sint Stefanus) is bij veel mensen naar de achtergrond verschoven, maar de vrije dag en het idee van “twee dagen kerst” zijn populair gebleven.